Zoeken
Zoeken

Bekijk tijdlijn

Nog een stukje eraf

Het ontstaan van Holland – deel 8
In 855 deed keizer Lotharius afstand van de troon en verdeelde zijn rijk onder zijn drie zoons. De oudste zoon Lodewijk II werd keizer en kreeg het zuidelijke deel van het rijk. Het noordelijke deel van het rijk was voor Lotharius II, en werd naar hem vernoemd: Lotharingen. De jongste zoon, Karel van Provence, kreeg het middelste deel.
Lotharius hoopte dat met deze verdeling zijn zoons niet zouden vechten om de macht, zoals hijzelf dat wel met zijn broers gedaan had. Kort daarna overleed hij. Uiteindelijk vochten zijn zoons ook niet zo veel om de erfenis, maar vochten de broers van Lotharius met elkaar en met hun neefjes om het gebied.
Het rijk zag er nu heel anders uit dan onder Karel de Grote. Karel de Grote was een hele bijzondere man geweest, hij was erg geliefd en zijn edelen wilden graag trouw aan hem zijn. En eerlijk is eerlijk: er was niet echt iemand anders die keizer kon worden. Dat was wel anders bij de kleinkinderen van Karel, die moesten heel erg hun best doen om de edelen tevreden te houden. Want als een graaf van Karel de Kale niet tevreden was, dan kon hij altijd proberen om leenman van Lotharius II te worden. De heersers van de verschillende rijken gingen daarom steeds meer goederen weggeven aan hun edelen, in plaats van in leen geven. Maar eigenlijk verloren ze zo nog meer van hun macht: als ze een edelman niet goed vonden, konden ze het land nu niet meer terugkrijgen en aan een andere edelman geven. Sommige edelen maakten handig gebruik van deze situatie.

De zogenoemde deling van Prüm. Afbeelding Wikimedia Commons.